8…Lxc3!
9. Lxc3, dxe4
10. dxe4, Dxd1!
Niet 10…Pxe4 11. Dxd8! en het wordt volkomen gelijk.
11. Taxd1
Het zal snel duidelijk worden waarom wit niet met de toren van de f-lijn mag terugslaan.
11…Pxe4
Zwart heeft een pion gewonnen, maar de combinatie is nog niet voorbij, want wit heeft een tegenstoot!
12. Lxe5, Pxe5
13. Pxe5
Zwart mag niet terugslaan wegens mat op de onderste rij! Maar ook zwart is hier nog niet uitgepraat, hij maakt nu gebruik van de ongedekte stand van het paard op e5 en de loper op e2, die ook op de e-lijn staat!
13…Pd6!
14. f4, f6
Alles gedwongen. Nu lijkt het witte paard te moeten wijken, maar wit heeft er nog een.
15. Lc4+, Pxc4!
Niet 15…Kf8? 16. Lb3! Nu blijkt waarom wit met de toren van a1 op d1 terug moest slaan, want na 16…fxe5 17. fxe5+ staat zwart schaak en verliest hij het paard op d6, ook na 17…Pf5 18. e6 of 18. g4.
16. Pxc4
Stelling na 16. Pxc4
In de partij (ik had hier zwart, het was een vriendschappelijk partijtje) hield ik hier op met rekenen omdat ik het gevoel had dat zwart een tikkeltje beter staat. Hij heeft een loper die in deze stelling een tikkeltje sterker lijkt dan het paard, want het paard heeft geen sterk veld in het centrum. Maar in feite is de combinatie hier nog niet voorbij. Het zal nu blijken dat het ook nadelen heeft om een toren op f1 te hebben staan. Zien jullie hoe zwart deze bijzonder diepe combinatie nu afrond als een spelletje biljart?
16…Lg4!
17. Td4, Le2!
Niet 17…c5 18. Td2, Le2 19. Pd6, Lxf1 20. Pxe8 en wit redt het vege lijf.
18. Te1, c5!
19. Pd6, cxd4
20. Pxe8, Txe8
21. Kf2, Lh5/Lb5 -+