Hendriks – l’Ami, Open NK Dieren, ronde 5, na 18…a6!
Op http://onk.schaakbond.nl/nieuws/2013/nimzo-leeft is een mooi verslag te lezen van deze partij, wat voor mij vandaag even wat ontspanning gaf om te lezen. Voordat u mijn paragraaf leest, zou ik dat verslag ook even bekijken, om de leerzame gedachtengang achter 18…a6!, zwarts laatste zet, even te volgen. De zwartspeler vind hier dat zwart al in het voordeel is, omdat de witte damevleugelpionnen te ver zijn opgerukt. Wit speelde in de diagramstelling 19. Lb1?! Ik denk dat hij hier pas een mindere zet doet, een paar zetten later moest de loper al weer terug, toen zwart met a6-a5! ten aanval was getrokken. Een normalere zet lijkt me 19. De2. Zo zet wit wat druk op het paard op c4, en, mocht dit paard ooit wijken, op pion b5, (als zwart oprukt met a6-a5). Wit kan hierna verder met Le3, waarmee de ontwikkeling wordt voltooid en pion d4 wordt gedekt. Slaat zwart deze inactieve loper met zijn mooie paard, dan krijgt wit ook nog een half open f-lijn kado, en hij heeft flinke druk op pion b5. Het lijkt logischer om niet te ruilen op e3. Voor wit komt na Le3 zelfs de zet Tf1-b1 in aanmerking om het geweld op de damevleugel een tegenantwoord te bieden. Als de boel op die vleugel openkomt, kan het een nadeel worden voor zwart dat zijn toren op h8 niet meedoet. Als zwart kort rokeert, dan pas is de manoeuvre Lb1! gevaarlijk, om een batterij te vormen met Dd3. Daarom kan het een optie zijn voor zwart om zijn koning in het midden te houden, bijvoorbeeld op d7. Tenslotte heeft wit de zet Pf3-d2, om eventueel te ruilen op c4, of anders om via b3 naar c5 te springen. De witte dame kan dan naar g4, om de zwarte koningsvleugel een beetje te pesten. Al met al denk ik dat wit niet per se minder hoeft te staan in deze interessante stelling.