Weer een schaaktechnisch berichtje uit de externe competitie. Dit komt uit de wedstrijd tegen ASV3, de club die afstevent op het kampioenschap dit seizoen in de promotieklasse. Ik verloor mijn partij omdat ik te lang nadacht in de opening, ok, maar toch ook zeker omdat ik niet goed keek naar de mogelijkheden van mijn tegenstander! En dit is misschien wel het belangrijkste positionele principe: de mogelijkheden van je tegenstander inperken! Aaron Nimzowitsch vond dat in ieder geval wel, dit was zijn grote handelsmerk! Misschien moet ik zijn klassieker ‘Mein System’ toch nog maar eens lezen!

In deze stelling was ik met zwart aan zet. Ik heb een pion geofferd en heb mooie compensatie: twee dijken van pionnen in het centrum. Tijd voor aanvallen toch? Dat dacht ik ook en ik speelde 14…, a5. Ik wilde met de zet a5-a4 het paard van b3 opsluiten in de stal. Maar het liep allemaal een beetje anders, wit was eerst nog aan zet…
Na 14…, a5 reageerde hij met 15. c4!
Hoe had ik dat kunnen missen? Plotseling ligt pion d5 onder heel zwaar vuur! En wat erger is, hij staat gepend! De dame en toren van wit loeren namelijk op mijn dame! En de loper op g2 wordt nu ineens gevaarlijk actief. Hij kijkt naar d5, maar loert net zo erg op pion c6 erachter. En om het allemaal nog erger te maken: de dame op d2 kijkt nu ineens naar veld a5, waar hij nu een pionnetje aanvalt. Maar sowieso wil wit nu al graag het paard een keer naar a5 spelen, daar valt het paard namelijk pion c6 aan! En als het paard daar komt vorkt hij mijn dame en toren. Alle witte stukken komen plotseling tot leven, ontwikkelen grote kracht.
Dit was geen klein foutje van mij. Dit is het negeren van een heel belangrijk principe: probeer altijd de mogelijkheden van de tegenstander te beperken. Eerst moet je ze dan wel zien. Om de een of andere reden is dit veel moeilijker dan je eigen mogelijkheden zien, of is er iemand die dit niet herkent? 🙂
Als je nu weet dat wit in de stelling hierboven 15. c4 dreigt, en je volgt de aanwijzingen van Nimzowitsch, wat speel je dan met zwart?
14…, La6! was de zet die een positioneel begaafde speler routinematig doet. Zwart voorkomt de bevrijdingszet c4, voltooid zijn ontwikkeling (!), dekt de dame op d8 nog een keer en staat zeer comfortabel. Wit kan niet voorkomen dat zwart als hij dat wil de loper op e3 ruilt voor het paard zodat zwart het loperpaar kan nemen. De loper op g2 bijt zijn tanden stuk op de gedekte pion d5. Zwart heeft mooie compensatie voor de pion.