Na een gelijkspel en een nipte nederlaag moest het nu echt gebeuren. We waren op volle sterkte, alleen Marco had vakantie, maar we hebben negen spelers, dus Martijn speelde. Ede had twee maal verloren en had er ook zin in.
De gebruikelijke taferelen ontrolden zich. Alexander stond wat verdacht, Stefan en Alwin gebruikten veel tijd, Boen trok ten aanval. Na 16 zetten won Gerhard. Zijn tegenstander gaf er wellicht wat vroeg de brui aan, maar hij ging minimaal een kwaliteit verliezen in een stelling waarin hij zijn damevleugel niet meer ontwikkeld kreeg.
Even later was Martijn klaar. Zijn tegenstander maakte een fout. Via een schijnoffer met de dame won Martijn twee pionnen en schoof het daarna eenvoudig uit.
Stefan had inmiddels remise gespeeld. Zijn tegenstander had een protest ingediend bij de wedstrijdleider over het feit dat Stefan eerste zijn zet opschreef en hem daarna na lang denken ook deed. Dat mag niet, zie verder het Nadenkertje van december 2016 op bladzijde 21. Het notatiebiljet is geen boodschappenbriefje! Voor zover ik kon zien was dit incident het enige venijn aan dit bord.
Alexander had inmiddels zijn openingsproblemen opgelost en ook daar was het remise. Bij mij ging er in de opening iets mis en ik kreeg een lelijke dubbelpion. Even dacht ik dat ik onder de voet zou worden gelopen, maar dat was gezichtsbedrog. Mijn tegenstander offerde een toren op f7, maar dat leverde hem zelfs geen pionwinst op, omdat ik een tegenstoot kon plaatsen en met mijn dame zijn stelling kon binnenkomen. Na nog wat complicaties offerde wit weer een toren voor eeuwig schaak.
Boen stond heel goed maar heeft het ergens laten liggen, zodat hij geen stuk won en aan de noodrem moest trekken om af te ruilen naar een remisestelling. Daarmee stonden we op 4-2.
Menno had met kleine zetjes zijn tegenstander in tijdnood en problemen gebracht. Net toen die dacht te neutraliseren deed Menno een handig zetje, waarmee hij uit en de tegenstander in de penning kwam te staan. Dit leidde tot stukwinst.
Alleen Alwin was nog bezig. Zoals altijd in tijdnood had hij een kwaliteit geofferd. Het zag er lange tijd ingewikkeld en remiseachtig uit. De tegenstander speelde op buigen en barsten en gebruikte veel tijd. Er onstond een eindspel, waarin Alwins loper superieur was aan de toren van de tegenstander. Vervolgens liet Alwin aan de vele omstanders zien dat hij heel goed kan schaken. Tegen twaalven legde de tegenstander de koning om en er volgde een luid applaus.
Eindresultaat 6-2 en dat konden we wel gebruiken.